De Pensioenwet kent allerlei nieuwe bepalingen voor werkgevers, pensioenuitvoerders en externe partijen.
De nieuwe voorschriften gelden vanaf 1 januari 2007, sommige vanaf 1 januari 2008 en een enkele vanaf 2009.
In deze checklist worden de belangrijkste verplichte acties beschreven.
De pensioenuitvoerder voert zijn taken uit binnen het kader van de Wet financieel toezicht (Wft). In dat kader staat hij tuchtrechtelijk onder toezicht van de Autoriteit Financiele Markten (AFM).
Op de inhoudelijke uitvoering van de taken in het kader van de Pensioenwet wordt toezicht gehouden door De Nederlandsche Bank (DNB).
Geschillen over een pensioenovereenkomst, uitvoeringsovereenkomst, uitvoeringsreglement of pensioenreglement moeten worden voorgelegd aan de kantonrechter.
Bepaalde besluiten van een pensioenfonds kunnen door de deelnemersraad worden voorgelegd aan de Ondernemingskamer van het Gerechtshof Amsterdam.
Tegen besluiten van DNB op grond van de Pensioenwet kan beroep worden ingesteld bij de Afdeling Bestuursrecht van de Rechtbank Rotterdam.
De Pensioenwet schept de volgende verplichtingen voor pensioenuitvoerders (d.w.z. pensioenfondsen en verzekeraars):
Informatieplicht van pensioenuitvoerder naar deelnemer bij premieachterstand, als deze zodanig is dat pensioenopbouw in gevaar komt.
Informatievoorziening is een plicht richting (gewezen) deelnemers, (ex-)partners en pensioengerechtigden.
Zowel periodiek als ook op verzoek informatie verstrekken over alle aspecten van de uitvoering van de pensioenovereenkomst: deelnemingsjaren, waardeaangroei, bestaande en te bereiken pensioenaanspraken, toepasselijke toeslagen.
De informatie moet schriftelijk (als de betrokkene daarmee instemt eventueel elektronisch) en tijdig worden verstrekt en moet in duidelijke en begrijpelijke bewoordingen zijn gesteld.
De pensioenuitvoerders moeten een pensioenregister inrichten, dit teneinde de transparantie voor de deelnemers te vergroten. Het pensioenregister moet op 1 januari 2011 operationeel zijn
Pensioenuitvoerder heeft een bijzondere zorgplicht ten opzichte van deelnemers aan premieovereenkomsten met beleggingsvrijheid.
Aan de deelnemer wordt de mogelijkheid geboden zelf de beleggingen over te nemen.
Als de deelnemer dat doet moet de pensioenuitvoerder hem adviseren over de spreiding van de beleggingen in relatie tot de pensioendatum, en moet de pensioenuitvoerder vervolgens jaarlijks onderzoeken of alles wel goed gaat en met name of het beleggingsrisico aanvaardbaar is volgens de regels van prudentie.
De Pensioenwet schept de volgende verplichtingen voor werkgevers, richting hun werknemers:
Een werknemer binnen 1 maand na zijn indiensttreding schriftelijk informeren of hij wel of niet deelneemt aan de pensioenregeling. Dit kan via de arbeidsovereenkomst worden geregeld.
Deelname aan een verplicht bedrijfstakpensioenfonds geldt reeds als een zo'n pensioenaanbod.
Parttimers mogen niet worden uitgesloten van de pensioenregeling enkel vanwege het feit dat ze parttimer zijn.
De minimum toetredingsleeftijd is verlaagd naar 21 jaar, zonder terugwerkende kracht (dus een deelnemer van 23 krijgt geen terugwerkende opbouw over de voorliggende 2 jaren).
De wachttijd m.b.t. de pensioenregeling mag niet meer dan 2 maanden zijn. Wachttijden voor risicoverzekeringen mogen helemaal niet meer.
Nieuwe deelnemers moeten binnen 3 maanden na het sluiten van de pensioenovereenkomst door middel van een startbrief door de uitvoerder worden geïnformeerd over de inhoud van de regeling: type pensioenovereenkomst, risico's voor werknemer, gevolgen dienstbeëindiging enzovoorts..
C-polissen (waarbij de werknemer zelf contractant van de pensioenpolis is) zijn niet meer mogelijk. Bestaande C-polissen mogen ongewijzigd door blijven lopen.
Werkgevers met een rechtstreeks verzekerde regeling hebben te maken met een aantal verplichtingen richting hun OR of personeelsvertegenwoordiging. Deze verplichtingen vloeien voort uit hoofdstuk 5 van de 'Principes voor goed pensioenfondsbestuur' welke onderdeel vormen van de Pensioenwet.
De principes die gelden voor rechtstreeks verzekerde regelingen zijn in de 'wettekst' genummerd met de hoofdletter 'D' gevolgd door een cijfer. In de tekst hierna worden deze nummers ook vermeld.
Als er depot is of beleggingen waarop werkgever invloed heeft, moet werkgever zijn keuzes daarbij verantwoorden aan OR.
Bij overrentedeling stelt werkgever de OR jaarlijks op de hoogte van de behaalde overrente-resultaten.
Indien voorwaardelijke toeslag, informeert werkgever de OR in welke mate aan voorwaarden van toeslagverlening is voldaan.
Werkgever stelt OR op de hoogte van wijzigingen in wet- en regelgeving die gevolgen hebben voor de pensioen- en/of uitvoeringsovereenkomst.
Werkgever stelt OR in de gelegenheid advies uit te brengen over de (verlenging van de) uitvoeringsovereenkomst met de verzekeraar.
Werkgever stelt OR in de gelegenheid advies uit te brengen over de met de verzekeraar af te spreken SLA (Service Level Agreement).
PensioenPage — Als pensioen helder moet zijn